De Lantaarnpaal

De Lantaarnpaal was in 2004 het winnende verhaal van de Kunstbende Noord-Holland.

 

Anne loopt flink door. Ze zet haar ene voet voor de andere, steeds opnieuw. Zo meteen is ze waar ze moet zijn. Stel je voor dat haar dansleraar háár nu als partner uitkiest. Ze weet zeker dat als ze dan in zijn diepbruine ogen kijkt, ze zal wegsmelten. En hij zal weten dat zij de ware voor hem is. Langzaam zullen ze met hun hoofden steeds dichter bij elkaar komen, tot het moment dat ze eindelijk, eindelijk… ‘Au!’

De klap tegen haar hoofd brengt Anne weer terug op de wereld. ‘Stomme lantaarnpaal,’ vloekt ze, voorzichtig om zich heen kijkend of niemand haar heeft gezien. Gelukkig, de straat lijkt leeg. Ze loopt snel door.

Maar de straat is niet leeg. Achter Anne, ongeveer honderd meter verder, loopt Ron. Hij baalt. Simone zag hem weer niet staan vandaag. Die stomme deodorant van zijn broer hielp voor geen meter. En zijn broer heeft nog wel zoveel vriendinnetjes gehad! ‘Door mijn deo komt dat, broertje!’ zei hij dan altijd lachend als Ron ernaar vroeg. Na een tijdje probeerde hij het dus stiekem uit. Vandaag dus. Zonder effect. Ron droomt weg over Simone. Hij móet haar versieren! Ze is zo mooi… met haar donkerblonde haar, die lichtgroene ogen, haar loopje, hoe ze altijd haar haren naar achteren zwiept, de manier waarop…
‘Aah!’ Een flinke knal wekt hem weer tot leven. Met een pijnlijk gezicht wrijft Ron over zijn voorhoofd. ‘Rotding!’ scheldt hij naar de lantaarnpaal. Hij geeft er een trap tegenaan en kijkt om zich heen. Dit heeft hopelijk niemand gezien.

Meneer Kent zet zijn hoed recht en glimlacht. Domme jongen, denkt hij. Zo aan het dagdromen dat hij de lantaarnpaal niet ziet. Hij kijkt op zijn horloge. Nee hé, de bus redt hij nooit als hij hier in het zonnetje blijft staan. Meneer Kent zet er meteen haast achter. Zo meteen komt hij te laat voor het eten, dat moet hij niet hebben. Even glimlacht hij weer terwijl hij loopt. Zijn vrouw maakt op donderdag altijd stoofpeertjes, waar hij zo dol op is. Heerlijk, niemand maakt ze zo lekker als zij! Meneer Kent versnelt zijn pas. Nog even, en hij kan genieten van…
‘Verdomme!’ schreeuwt hij uit. Hij gelooft het bijna niet, maar ook hij is weggedroomd en tegen de paal opgeknald. Meneer Kent neemt zijn hoed af en wrijft over zijn hoofd. Bah, dat voelt niet goed. Misschien dat er nog een buil komt te zitten. Maar zijn vrouw zal er vast wel raad mee weten…

‘En nu ben ik het helemaal zát’ gilt een hysterische stem vanuit het niets. Meneer Kent laat van schrik zijn hoed vallen. ‘Wat is dit…?’ roept hij verbaasd uit. Maar hij kan zijn zin niet afmaken, want het geschreeuw overstemt hem. ‘Ik heb er écht geen zin meer in!’
Meneer Kent kijkt verbaasd om zich heen. Pas na een tijdje heeft hij door dat het geluid van boven hem komt.
‘Ja, dat verwacht je niet,’ buldert de lantaarnpaal, ‘maar ik heb óók mijn gevoelens!’
‘Pardon,’ stamelt meneer Kent. ‘Ik had niet door dat ik ook u bezeerd heb.’
‘Nee, dat heeft niemand door,’ vervolgt de lantaarnpaal bitter. ‘Iedereen droomt maar weg de hele dag, en ze lopen de hele tijd tegen me op. Maar nooit spijt het ze. Ik krijg vaak genoeg een trap erachteraan ook!’
‘Dat… dat spijt me heel erg voor u.’ Meneer Kent kijkt eerbiedig naar boven. ‘Het was nooit mijn bedoeling om u te kwetsen.’
‘Ach, dat zegt u ook alleen maar om me tevreden te houden,’ reageert de lantaarnpaal bedroefd. ‘Niemand geeft er wat om wat ik voel.’
Meneer Kent kijkt om zich heen. Het is inmiddels kwart over vijf, ziet hij op de grote klok aan het einde van de straat. Wat moet hij nu doen? Hij schuift nerveus zijn hoed wat rechter op zijn hoofd.
‘Maar is het niet beter om de hele dag stil te staan?’ probeert meneer Kent onzeker.
‘Waarom?’ vraagt de lantaarnpaal met een verdrietige ondertoon. ‘Ik zou u nog wel eens willen zien als er de hele dag van alles tegen u aanloopt. Daar wordt u echt niet vrolijk van.’
Meneer Kent schuifelt met zijn voeten. ‘Nee, nou,’ begint hij aarzelend. ‘Tja kijk,’ gaat hij dan verder. ‘Iemand in uw positie kan de hele dag nadenken. En dat is zeer handig. U weet vast een hoop over heel veel dingen.’
‘Dat… nou ja, dat klopt wel een beetje,’ antwoordt de lantaarnpaal gevleid. ‘Ik weet ook echt wel heel veel, jazeker.’
‘Precies!’ gaat meneer Kent wat zekerder verder. ‘U heeft het voorrecht de hele dag te dagdromen. Niemand anders heeft dat!’
‘Ik… nou ja,’ twijfelt de lantaarnpaal. ‘Tja, nou, als u het zo brengt…’
‘Want iedereen heeft verplichtingen,’ praat meneer Kent vlug door, ‘maar u niet. U hoeft alleen maar aan te gaan ’s avonds.’
‘Dat is wél een grote verantwoordelijkheid!’ roept de lantaarnpaal verontwaardigd.
‘Natuurlijk, natuurlijk,’ stemt meneer Kent ermee in. ‘Begrijpt u mij vooral niet verkeerd. Ik bedoel alleen… dat u toch een groot voorrecht heeft. Dagdromer zijn is vast een fantastisch beroep. Bovendien kunnen we u toch ook nog een licht in de duisternis noemen, heel letterlijk.’
De lantaarnpaal bloost een beetje. ‘O jee, u vleit me!’ Dan lijkt hij na te denken. ‘Ja, u zegt dat allemaal heel mooi, moet ik zeggen. Ik denk dat ik inderdaad heel tevreden kan zijn.’
Meneer Kent zucht opgelucht. ‘Ik moet ook bekennen dat ik soms wel jaloers op u ben,’ maakt hij zijn verhaal netjes af. ‘Ik zou ook wel eens een dag willen dagdromen, en u kunt dat altijd!’
‘O, maar u mag wel eens een dagje ruilen,’ stelt de lantaarnpaal vrolijk voor.
‘Nee, o nee, dank u wel, dat is teveel eer, daar ben ik niet de geschikte persoon voor,’ wimpelt meneer Kent het aanbod beleefd af. ‘Maar ik zal zeker over u vertellen, zodat er niet meer zoveel mensen tegen u opbotsen en u storen in uw dagdromen.’
‘Dat is zeer vriendelijk!’ roept de lantaarnpaal vrolijk. ‘En ú mag wél tegen mij opbotsen, dat vind ik niet erg!’
‘Dank u wel,’ bedankt meneer Kent hem. Hij neemt zijn hoed af en buigt een beetje. ‘Ik zal eraan denken in de toekomst.’

Hij laat de lantaarnpaal achter zich. De bus heeft hij nu gemist, dus hij zal moeten lopen. Meneer Kent plant de hoed weer op zijn hoofd en wandelt met een flink tempo richting huis. Hopelijk zijn de peertjes nog warm.