En zo begint het…

1.

‘Nee.’ Lily voelt haar staart heftig meebewegen terwijl ze haar hoofd schudt.

Ze zitten in de woonkamer. Zij op de grote stoel bij de tv, naar voren gebogen, haar armen op de leuningen, op het punt om weg te lopen. Haar ouders op de bank tegenover haar, de kleine houten tafel tussen hen en Lily in. Haar vader buigt zich naar voren, maar Lily geeft hem geen kans om iets te zeggen.

‘Ik kan prima alleen thuis blijven,’ zegt ze, ook al weet ze dat haar protest weinig uit zal maken. ‘En iemand moet langs bij opa.’

Haar ouders wisselen een blik. Lily heeft er een bloedhekel aan als ze dat doen. Alsof ze haar buitensluiten.

‘Waarom niet?’ snuift ze, omdat ze de reactie al kan voorspellen.

‘Je hebt gelijk over opa,’ zegt haar vader rustig. ‘We vinden het heel fijn dat je hem vaak bezoekt. Opa vindt het fijn.’

Lily neemt een hap lucht. Ze slikt in wat ze wil zeggen: dat opa er weinig van mee krijgt.

‘Maar we denken ook dat het goed is om even afstand te nemen,’ vult Lily’s moeder aan.

‘En duizend kilometer leek jullie afstand genoeg?’ Lily voelt een lach op komen borrelen, ondanks alles. De hele situatie is absurd. Haar ouders willen per se met vakantie terwijl het met opa slecht gaat. O ja, en zij moet mee. Omdat het zo goed is om ‘afstand te nemen’.

Lily leunt achterover in de stoel en slaat haar armen over elkaar. ‘Ik stel voor dat we naar Amerika gaan. Of nee, Japan. Of Australië. Ik bedoel, als je echt afstand wilt nemen, dan moet je het gelijk goed doen.’

 

Lily gaat al bijna naar de drukker!